Ontdek De 10 Valkuilen Van Assessment
Download (.pdf)

Page content

Analogieën oefenen

Analogieën oefenen

Analogieën oefenen als voorbereiding op het assessment is slim om te doen. Dit raad ik je ook aan. Hoe meer je je bezig houdt met analogieën oefenen, hoe makkelijker het je af zal gaan 'oefening baart kunst!'. De kans dat jij met analogieën te maken krijgt is groot, het is namelijk de meest gebruikte intelligentietest door assessmentbureaus. De ene kandidaat ervaart de analogieën test als erg vervelend. De andere kandidaat vind het juist leuk en ziet de test als een soort woordpuzzel. Als jij niet weet wat analogieën precies zijn of je hebt binnenkort een assessment en jezelf nog niet voorbereid, doe je er goed aan om dit artikel te lezen. Je vind hier voorbeelden, uitleg en tips. Natuurlijk kun je hier ook analogieën oefenen!

Analogieën voorbeeld

 


Om een goed idee te krijgen van wat een analogie precies is en hoe je deze op moet lossen laten we je eerst een voorbeeld zien.

Analogieën uitleg

 


Bij een analogie draait het om het verband tussen verschillende begrippen. De analogieën waarmee je tijdens het assessment te maken krijgt, bestaan altijd uit vier verschillende begrippen zoals je in de bovenstaande video gezien hebt. We onderscheiden de enkelvoudige analogie en de dubbele analogie.

Een analogie staat ook altijd in de vorm van A : B = C : D. Dit betekent dat het verband tussen de begrippen A & B, hetzelfde moet zijn als het verband tussen de begrippen C & D.

Bij de enkelvoudige analogie is er slechts één begrip weggelaten. Je hoeft maar één lege plek in te vullen. Dit betekent automatisch dat er aan één kant van het = teken altijd twee begrippen staan. Uit deze begrippen kun je het verband eigenlijk al aflezen. Je hoeft niet meer te puzzelen met de antwoorden om het zelfde verband tussen de begrippen te creëren.

Bij de dubbele analogie ontbreken er twee begrippen. Dit is de moeilijkere variant, omdat je nu twee begrippen moet gaan bepalen. Het ontdekken van het verband tussen de gegeven begrippen is essentieel. Soms zijn het de begrippen aan dezelfde kant van het = teken die ontbreken, en soms ontbreekt er aan beide kanten een begrip.

Met de dubbele variant krijg je meestal te maken als je hoger of academisch opgeleid bent. Deze zijn moeilijker op te lossen omdat de relatie nog niet duidelijk is aangegeven. Je zult extra moeite moeten doen vergeleken met de enkelvoudige variant om achter de relatie te komen en het goede antwoord te bepalen

Hieronder worden verschillende voorbeelden gegeven. Ook zal erAnalogieën oefenen worden uitgelegd om welke verstopte regel het gaat. Hierdoor wordt het duidelijk wat er precies wordt bedoeld met iedere verstopte regel. Nadat je de voorbeelden goed bestudeert hebt kun je de oefenopgaven gaan maken. We geven de voorbeelden in de enkelvoudige variant. Het gaat er nu om dat het duidelijk is voor jou wat er precies wordt bedoeld.

Voorbeeld 1
Wiel - ...   = Kind - Gezin
A. Stuur   B. Auto   C. Stoel

Het goede antwoord is 'B'. Het gaat hier namelijk om de verstopte regel 'onderdeel van een geheel'. Het wiel is onderdeel van de auto en het kind is onderdeel van het gezin.

Voorbeeld 2
Auto - rijden   =   telefoon - ....
A. Mobiel   B. Internet   C. Bellen

Het goede antwoord is 'C'. In deze analogie hebben we te maken met de verstopte regel 'functionaliteit'. Stel jezelf de vraag; 'wat doe ik met een auto?' Het antwoord is natuurlijk 'rijden'. Stel jezelf vervolgens de vraag; 'wat doe ik met een telefoon?'. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk 'bellen'.

Voorbeeld 3
Groot - Klein   =   Vuur -
A. Heet   B. Vlam   C. Water

Het goede antwoord is 'C'. We hebben hier te maken met de verstopte regel 'tegenstellingen'. Dat het gaat om een tegenstelling kun je afleiden uit de twee begrippen aan de linkerzijde van het = teken. Het tegenovergestelde van groot is namelijk klein. Als we vervolgens kijken naar de antwoordmogelijkheden zien we dat je alleen met antwoord C een tegenstelling kunt creëren.

Voorbeeld 4
Zaklamp - Licht   =  Koud -
A. Bibberen   B. Warm   C.Deken

Het juiste antwoord is 'A'. We zien hier de verstopte regel 'oorzaak, gevolg'. Als je een zaklamp aanzet al deze licht geven. Het licht is het gevolg van de zaklamp die de oorzaak is. Als we kijken naar de rechterzij zien we het begrip 'koud' staan. Hier moeten we ook 'oorzaak, gevolg' van maken. Dit kan enkel door 'bibberen'  in te vullen op de open plek. Bibberen is namelijk een gevolg van het oud hebben (oorzaak).

Voorbeeld 5
Moeder - Mama   =   Raam -
A. Deur   B. Ruit   C. Glas

Het goede antwoord is 'B'. In deze analogie hebben we te maken met de verstopte regel 'synoniemen'. Mama is een ander woord voor moeder. Als we kijken naar de antwoordmogelijkheden is alleen antwoord B 'ruit' een ander woord voor raam.

 

Analogieën tips

 


Verstopte regels
Er zijn enkele verstopte regels die vaak worden gebruikt. Het is slim om deze alvast door te nemen zodat je ze sneller zult herkennen! Veelvoorkomende verstopte regels in analogieën tests zijn:

  1. Tegenstellingen/antoniemen
  2. Synoniemen
  3. Onderdeel van een geheel
  4. Oorzaak, gevolg
  5. Functionaliteit
  6. Product

De beste tip om falen te voorkomen is oefenen, oefenen en nog eens oefenen! Je zult tijdens het oefenen gaan merken dat je na een tijdje veel sneller word in het vinden van de relaties. Behalve dat je na het oefenen de relaties sneller zult vinden, is het ook nog eens goed voor je zelfvertrouwen. Je zult zelfverzekerder het assessment in gaan en de zenuwen hebben geen schijn van kans meer om het voor jou te gaan verpesten!

Bedenk zelf analogieën!
Een goede tips is om zelf ook wat analogieën te bedenken. Dit is een goede manier van oefenen omdat je jezelf als het ware dwingt om de logica van een degelijke redeneervorm te doorgronden. In dit artikel zijn verschillende verstopte regels genoemd. Je kunt deze erbij pakken als uitgangspunt en zelf analogieën gaan bedenken. Tijdens het bedenken van analogieën zul je zien dat het lastiger is dan je denkt om een goede analogie te bedenken, al helemaal als het om een dubbele analogie gaat.

 Analogieën oefeningen

Je weet nu hoe analogieën in elkaar zitten. Om jezelf optimaal voor te bereiden is het belangrijk dat je analogieën goed oefent. Hieronder kun je vast enkele oefenopgave maken. We beginnen met enkelvoudige analogieën en vervolgens kun je dubbele analogieën oefenen. Succes!

Verbale analogieën oefenen
We zullen beginnen met enkelvoudige analogieën oefenen. Deze zullen je waarschijnlijk vrij makkelijk afgaan. Hierna gaan we de dubbele analogieën oefenen.

Oefen hier 5 enkelvoudige analogieën. Scroll naar beneden voor de antwoorden.

1. Licht : dag = donker : …
a. Zwart
b. Nacht
c. Schemering
d. Helder


2
… : komedie = huilen : dramaAnalogieën oefenen
a. Lol
b. Verdriet
c. Lachen
d.Spelen

3.Oma : opa = Vader : …
a. Ouders
b. Moeder
c. Nicht
d. Kind

4. Boven : onder = recht : …
a. Scheef
b. Laag
c. Groot
d. Klein

5. Wit : … = zwaar : licht
a. Basis
b. Paars
c. Kleur
d. Zwart

 

 
Dubbele analogieën oefenen

Nu gaan we de dubbele analogieën oefenen. Deze zijn wat lastiger dan de enkelvoudige. Oefen hier 5 dubbele analogieën. Scroll naar beneden voor de antwoorden.

 1.… : Egypte = kangaroe : …
a. Land, grond
b. Piramide, Australië
c. Rivier, zoogdier
d. Afrika, buidel

2. … : album = scene : …
a. LP, zetten
b. Hoes, kort
c. Artiest, volgorde
d. Nummer, film


3. … : schep = snijden : …
a. Graven, mes
b. Zandbak, appel
c. IJs vork
d. Kinderen, schaaf

4. … : maïs = schil : …
a. Plant, mes
b. Groeien, stevig
c. Korrel, banaan
d. Geel, ham

5. caissière : supermarkt = … : …
a. Struik, boom
b. Groen, Kleur
c. Verkoopster, winkel
d. Zee, Boot

 

 

Antwoorden enkelvoudige analogieën

  1. B
    Wanneer het dag is is het licht en het is donker in de nacht.
  2. C
    Het gaat hier om de emotie bij de genre. Bij een komedie is dit lachen en bij een drama huilen.
  3. B
    Wat hoort bij elkaar? Dit zijn een opa en oma en ook een vader en moeder.
  4. A
    Het gaat hier om tegenovergestelde want het tegenovergestelde van boven is onder. Het tegenovergestelde van recht is scheef.
  5. D
    Ook hier gaat het om tegenovergestelde, het tegenovergestelde van wit is zwart

Antwoorden dubbele analogieën

  1. B
    Het gaat hier om dingen die typisch zijn voor een bepaald land. Piramides zijn typisch Egypte en kangaroes zijn typisch Australië.
  2. D
    Een nummer maakt deel uit van een album en een scene maakt deel uit van een film.
  3. A
    Het gaat hier om de handeling die je met het voorwerp verricht. Bij een schep is dit graven en bij een mes is dit snijden.
  4. C
    Een korrel is onderdeel van mais en een schil is onderdeel van een banaan.
  5. C
    Het gaat hier om het beroep en de plek waar dit beroep wordt uitgeoefend. Voor een caissière is dit in de supermarkt. Voor een verkoopster is dit in de winkel.

 

Wil jij ook uitleg, tips en oefeningen van andere onderdelen van de capaciteitentest? Kies hieronder een onderdeel uit:

 

Nog meer analogieën oefenen?
Analogieën maken vaak deel uit van een echte IQ test of een assessment. Wil je nog meer analogieën oefenen? Doe dan de assessment training. Met de assessment training kun je tegen een vergoeding levenslang veel gebruikte onderdelen van een IQ test onbeperkt oefenen en zorg je er voor dat je beter presteert op een assessment en hoger zult scoren op een IQ test. Meer informatie

 

GRATIS E-BOEK

Download De TOP 10 Valkuilen van Assessments en voorkom dat je gaat falen bij je assessment door niet dezelfde fouten te maken als 70% van je medekandidaten

Je gegevens zijn veilig. Wij hebben net zo'n hekel aan spam als jij

Comment Section

5 reacties op “Analogieën oefenen


Door Tanja op 27 februari 2016

Ik zou graag andere vb zien om te oefenen


Door Lennart op 25 januari 2017

Onder "dubbele analogieën", de eerste vraag: Antwoord D is óók goed, want Egypte is een deel van Afrika zoals een buidel deel is van een kangoeroe (mits correct gespeld).


Door Mark op 13 mei 2017

Leuk gevonden echter klopt dit niet met de richting waarop de analogie geschreven is...immers staat Afrika voor Egypte en niet er achter...idem bij kangoeroe en buidel...m.a.w. geen juiste verhouding tot elkaar


Door Romy op 29 oktober 2017

Je hebt gelijk Lennart! Staan vrij veel fouten op deze site, ook in de filmpjes. Sorry Mark, jouw beredenering klopt niet. Aan beide zijden staat namelijk geheel-deel. Afrika = geheel, Egypte = deel. Kangaroo = geheel, buidel = deel. Jouw beredenering klopt dus helemaal Lennart 😉


Door Romy op 29 oktober 2017

Je hebt gelijk Lennart! Staan vrij veel fouten op deze site, ook in de filmpjes. Sorry Mark, jouw beredenering klopt niet. Aan beide zijden staat namelijk geheel-deel. Afrika = geheel, Egypte = deel. Kangaroo = geheel, buidel = deel. Jouw beredenering klopt dus helemaal Lennart 😉

Plaats een reactie


*